dinsdag 28 februari 2006

Vragen 39

Heb je een vraag over grammatica? Stel hem hier, en de taalprof zal zo snel mogelijk reageren. De vorige vragen staan hier. Ben je docent, en gaat je vraag heel specifiek over grammatica in de klas, bekijk dan ook taalprofklas en stel je vraag eventueel daar.

Heb je onlangs een vraag gesteld en staat hij hier niet bij? Kijk dan bij de oudere vragen.

Vragen 38

Heb je een vraag over grammatica? Stel hem hier, en de taalprof zal zo snel mogelijk reageren. De vorige vragen staan hier. Ben je docent, en gaat je vraag heel specifiek over grammatica in de klas, bekijk dan ook taalprofklas en stel je vraag eventueel daar.

Vragen 37

Ook op de nieuwe site van de Taalprof heb je de mogelijkheid om vragen te stellen. Doe dat hier, en de taalprof zal zo snel mogelijk reageren. De vorige vragen staan hier.

Vragen 36

Ook op de nieuwe site van de Taalprof heb je de mogelijkheid om vragen te stellen. Doe dat hier, en de taalprof zal zo snel mogelijk reageren.

zondag 26 februari 2006

Vragen 35

Op deze pagina kun je je vragen stellen. Voeg je vraag onderaan toe als reactie, en de taalprof zal hem zo snel mogelijk beantwoorden.


Heb je hier ooit een vraag gesteld en kun je hem niet meer vinden? Kijk dan in het Overzicht naar gearchiveerde vragen en reacties (helemaal naar beneden bladeren!).


Je kunt nu ook in het nieuwe auteursregister je eigen naam opzoeken!



Vragen 34

Op deze pagina kun je je vragen stellen. Voeg je vraag onderaan toe als reactie, en de taalprof zal hem zo snel mogelijk beantwoorden.


Heb je hier ooit een vraag gesteld en kun je hem niet meer vinden? Kijk dan in het Overzicht naar gearchiveerde vragen en reacties (helemaal naar beneden bladeren!).


Je kunt nu ook in het nieuwe auteursregister je eigen naam opzoeken!



Vragen 33

Op deze pagina kun je je vragen stellen. Voeg je vraag onderaan toe
als reactie, en de taalprof zal hem zo snel mogelijk beantwoorden.



Heb je hier ooit een vraag gesteld en kun je hem niet meer vinden?
Kijk dan in het Overzicht
naar gearchiveerde vragen en reacties (helemaal naar beneden
bladeren!).



Je kunt nu ook in het nieuwe
auteursregister
je eigen naam opzoeken!



Vragen 32

Op deze pagina kun je je vragen stellen. Voeg je vraag onderaan toe
als reactie, en de taalprof zal hem zo snel mogelijk beantwoorden.



Heb je hier ooit een vraag gesteld en kun je hem niet meer vinden? Kijk dan in het Overzicht naar gearchiveerde vragen en reacties (helemaal naar beneden bladeren!).



Je kunt nu ook in het nieuwe auteursregister je eigen naam opzoeken!



Vragen 31

Op deze pagina kun je je vragen stellen. Voeg je vraag onderaan toe
als reactie, en de taalprof zal hem zo snel mogelijk beantwoorden.



Heb je hier ooit een vraag gesteld en kun je hem niet meer vinden? Kijk dan in het Overzicht naar gearchiveerde vragen en reacties (helemaal naar beneden bladeren!).



Je kunt nu ook in het nieuwe auteursregister je eigen naam opzoeken!



Vragen 30

Op deze pagina kun je je vragen stellen. Voeg je vraag onderaan toe
als reactie, en de taalprof zal hem zo snel mogelijk beantwoorden.



Heb je hier ooit een vraag gesteld en kun je hem niet meer vinden? Kijk dan in het Overzicht naar gearchiveerde vragen en reacties (helemaal naar beneden bladeren!).



Je kunt nu ook in het nieuwe auteursregister je eigen naam opzoeken!



Vragen 29

Op deze pagina kun je je vragen stellen. Voeg je vraag onderaan toe
als reactie, en de taalprof zal hem zo snel mogelijk beantwoorden.



Heb je hier ooit een vraag gesteld en kun je hem niet meer vinden? Kijk dan in het Overzicht naar gearchiveerde vragen en reacties (helemaal naar beneden bladeren!).



Je kunt nu ook in het nieuwe auteursregister je eigen naam opzoeken!



Vragen 28

Op deze pagina kun je je vragen stellen. Voeg je vraag onderaan toe
als reactie, en de taalprof zal hem zo snel mogelijk beantwoorden.



Heb je hier ooit een vraag gesteld en kun je hem niet meer vinden? Kijk dan in het Overzicht naar gearchiveerde vragen en reacties (helemaal naar beneden bladeren!).



Je kunt nu ook in het nieuwe auteursregister je eigen naam opzoeken!



Vragen 37

Op deze pagina kun je je vragen stellen. Voeg je vraag onderaan toe als reactie, en de taalprof zal hem zo snel mogelijk beantwoorden.
Heb je hier ooit een vraag gesteld en kun je hem niet meer vinden? Kijk dan in het Overzicht naar gearchiveerde vragen en reacties (helemaal naar beneden bladeren!).
Je kunt nu ook in het nieuwe auteursregister je eigen naam opzoeken!

Vragen 36

Op deze pagina kun je je vragen stellen. Voeg je vraag onderaan toe als reactie, en de taalprof zal hem zo snel mogelijk beantwoorden.
Heb je hier ooit een vraag gesteld en kun je hem niet meer vinden? Kijk dan in het Overzicht naar gearchiveerde vragen en reacties (helemaal naar beneden bladeren!).
Je kunt nu ook in het nieuwe auteursregister je eigen naam opzoeken!

Vragen 27

Op deze pagina kun je je vragen stellen. Voeg je vraag onderaan toe
als reactie, en de taalprof zal hem zo snel mogelijk beantwoorden.



Heb je hier ooit een vraag gesteld en kun je hem niet meer vinden? Kijk dan in het Overzicht naar gearchiveerde vragen en reacties (helemaal naar beneden bladeren!).



Je kunt nu ook in het nieuwe auteursregister je eigen naam opzoeken!



zaterdag 25 februari 2006

Vragen 26

Op deze pagina kun je je vragen stellen. Voeg je vraag onderaan toe
als reactie, en de taalprof zal hem zo snel mogelijk beantwoorden.



Heb je hier ooit een vraag gesteld en kun je hem niet meer vinden? Kijk dan in het Overzicht naar gearchiveerde vragen en reacties (helemaal naar beneden bladeren!).



Je kunt nu ook in het nieuwe auteursregister je eigen naam opzoeken!



vrijdag 24 februari 2006

Vragen 25

Op deze pagina kun je je vragen stellen. Voeg je vraag onderaan toe
als reactie, en de taalprof zal hem zo snel mogelijk beantwoorden.



Heb je hier ooit een vraag gesteld en kun je hem niet meer vinden? Kijk dan in het Overzicht naar gearchiveerde vragen en reacties (helemaal naar beneden bladeren!).



Je kunt nu ook in het nieuwe auteursregister je eigen naam opzoeken!



donderdag 23 februari 2006

Vragen 24

Op deze pagina kun je je vragen stellen. Voeg je vraag onderaan toe
als reactie, en de taalprof zal hem zo snel mogelijk beantwoorden.



Heb je hier ooit een vraag gesteld en kun je hem niet meer vinden? Kijk dan in het Overzicht naar gearchiveerde vragen en reacties (helemaal naar beneden bladeren!).



Je kunt nu ook in het nieuwe auteursregister je eigen naam opzoeken!



woensdag 22 februari 2006

Vragen 23

Op deze pagina kun je je vragen stellen. Voeg je vraag onderaan toe
als reactie, en de taalprof zal hem zo snel mogelijk beantwoorden.



Heb je hier ooit een vraag gesteld en kun je hem niet meer vinden? Kijk dan in het Overzicht naar gearchiveerde vragen en reacties (helemaal naar beneden bladeren!).



Je kunt nu ook in het nieuwe auteursregister je eigen naam opzoeken!



dinsdag 21 februari 2006

Vragen 22

Op deze pagina kun je je vragen stellen. Voeg je vraag onderaan toe
als reactie, en de taalprof zal hem zo snel mogelijk beantwoorden.



Heb je hier ooit een vraag gesteld en kun je hem niet meer vinden? Kijk dan in het Overzicht naar gearchiveerde vragen en reacties (helemaal naar beneden bladeren!).



Je kunt nu ook in het nieuwe auteursregister je eigen naam opzoeken!



maandag 20 februari 2006

Vragen 21

Op deze pagina kun je je vragen stellen. Voeg je vraag onderaan toe
als reactie, en de taalprof zal hem zo snel mogelijk beantwoorden.



Heb je hier ooit een vraag gesteld en kun je hem niet meer vinden? Kijk dan in het Overzicht naar gearchiveerde vragen en reacties (helemaal naar beneden bladeren!).



Je kunt nu ook in het nieuwe auteursregister je eigen naam opzoeken!



zondag 19 februari 2006

Vragen 20

Op deze pagina kun je je vragen stellen. Voeg je vraag onderaan toe
als reactie, en de taalprof zal hem zo snel mogelijk beantwoorden.



Heb je hier ooit een vraag gesteld en kun je hem niet meer vinden? Kijk dan in het Overzicht naar gearchiveerde vragen en reacties (helemaal naar beneden bladeren!).



Je kunt nu ook in het nieuwe auteursregister je eigen naam opzoeken!



zaterdag 18 februari 2006

Vragen 19

Op deze pagina kun je je vragen stellen. Voeg je vraag onderaan toe
als reactie, en de taalprof zal hem zo snel mogelijk beantwoorden.



Heb je hier ooit een vraag gesteld en kun je hem niet meer vinden? Kijk dan in het Overzicht naar gearchiveerde vragen en reacties (helemaal naar beneden bladeren!).



Je kunt nu ook in het nieuwe auteursregister je eigen naam opzoeken!



vrijdag 17 februari 2006

Vragen 18

Op deze pagina kun je je vragen stellen. Voeg je vraag onderaan toe
als reactie, en de taalprof zal hem zo snel mogelijk beantwoorden.



Heb je hier ooit een vraag gesteld en kun je hem niet meer vinden? Kijk dan in het Overzicht naar gearchiveerde vragen en reacties (helemaal naar beneden bladeren!).



Je kunt nu ook in het nieuwe auteursregister je eigen naam opzoeken!



Wat moet dat met al die voorwerpen?



Lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp, voorzetselvoorwerp, wat zijn dat voor dingen? Wie heeft dat nou weer verzonnen? Waarom is het van belang dat we dat weten? Gek dat deze vragen nooit worden beantwoord in een cursus zinsontleding. Wel allerlei ezelsbruggetjes om een lijdend voorwerp te vinden of een voorzetselvoorwerp te onderscheiden van een meewerkend voorwerp, maar een beetje uitleg ho maar. Toch is het allemaal niet zo moeilijk.



Misschien weet je (en anders moet je het nog maar eens nalezen in deze log) dat elke zin een ingewikkelde manier is om te zeggen dat er iets gebeurt (bijvoorbeeld iemand doet iets) of dat iets het geval is. Dat is het grote verschil tussen werkwoordelijke en naamwoordelijke zinnen.



Werkwoordelijke zinnen hebben als centraal woord een zogeheten zelfstandig werkwoord. Dat is een werkwoord met een "rijke betekenis". Een deel van die werkwoorden kan in zijn eentje voorkomen (zoals lachen, sneeuwen, wandelen), maar andere moeten aangevuld worden met een ander zinsdeel. Neem eten, daar hoort iets bij. Als je eet, eet je altijd iets. Dat zinsdeel iets maakt het werkwoord dus volledig, het completeert datgene wat door het werkwoord wordt uitgedrukt. Daarom wordt zo'n zinsdeel ook wel het complement genoemd.



Het werkwoord eten heeft als complement iets. Andere werkwoorden, zoals wachten, hebben ook een complement iets, maar daar moet altijd een voorzetsel bij. je wacht altijd op iets. Het opvallende is, dat dat voorzetsel eigenlijk vrijwel niets aan de betekenis toevoegt. Het staat er maar zo'n beetje als versiering bij. Maar het zit in de taal dat eten een complement iets heeft, en wachten op iets. Dat had voor hetzelfde geld ook anders kunnen zijn (vroeger was het trouwens ook iets wachten, denk aan die regel uit een kerstliedje "wij wachten het nieuwe jaar").



Die complementen worden ook wel objecten genoemd. Zo heten ze in bijna alle westerse talen. In het Nederlands is deze term (letterlijk) vertaald als voorwerp. Zo'n voorwerp zonder voorzetsel heet een lijdend voorwerp (direct object), en met voorzetsel heet het voorzetselvoorwerp (prepositioneel object). Lijdende voorwerpen en voorzetselvoorwerp zijn dus hetzelfde, op dat gekke betekenisloze voorzetsel na.



En wat is dan het meewerkend voorwerp? Dat is een beetje een probleem. Het klassieke meewerkende voorwerp is een tweede voorwerp, dat zowel met als zonder voorzetsel kan optreden. Het standaardvoorbeeld is het werkwoord geven, dat als eerste (lijdend) voorwerp iets heeft (je geeft iets), en als tweede voorwerp (aan) iemand: je geeft iemand iets, of je geeft aan iemand iets. In de internationale terminologie heet dat een indirect object, maar in het Nederlands noemen we dat meewerkend voorwerp.



Wat is daarbij het probleem? Nou, er zijn er een paar: de meeste meewerkende voorwerpen kun je aanvullen met aan, maar sommige moeten met voor (bijvoorbeeld (voor) iemand iets inschenken), en zelfs met bij (bijvoorbeeld (bij) iemand het voorhoofd afvegen).



Daarnaast heb je een speciale soort tweede object (ook wel de "ethische datief" genoemd), waar je niet echt een voorzetsel kunt toevoegen (hij heeft me toch een hoop dvd's!). Ook die worden gemakshalve tot de meewerkende voorwerpen gerekend.



Ten slotte komt het ook wel voor dat een werkwoord maar één voorwerp heeft dat toch met én zonder voorzetsel kan voorkomen (bijvoorbeeld (aan) iemand gehoorzamen). Die laatste eigenschap is een reden om dit voorwerp toch maar meewerkend te noemen.



Ook bij een naamwoordelijk gezegde heb je soms voorwerpen, maar dat zijn dan altijd meewerkende voorwerpen of voorzetselvoorwerpen: dat is (voor) mij te moeilijk, of ik ben trots op iets.  Er zijn ook werkwoorden met twee voorwerpen, waarbij je het ene als lijdend voorwerp en het andere als voorzetselvoorwerp moet beschouwen. Bijvoorbeeld iets met iets vergelijken. Dan is iets lijdend voorwerp en met iets voorzetselvoorwerp (omdat het voorzetsel verplicht is).



De meest eenvoudige manier om hier tegenaan te kijken is deze: alle completerende zinsdelen bij een werkwoord zijn te beschouwen als voorwerpen. Zijn het varianten op iets of iemand (zonder voorzetsel), dan zijn het lijdende voorwerpen. Moet er een voorzetsel bij, dan zijn het voorzetselvoorwerpen. Kan er een voorzetsel bij, maar hoeft dat niet (het gaat dan om aan, voor of bij), dan zijn het meewerkende voorwerpen. En het weglaatbare me in uitroepende zinnen is ook meewerkend voorwerp, bij gebrek aan een betere benoeming.



Waarom is dit belangrijk om te weten? Nou, werkwoordcomplementen staan centraal in de opbouw van de zin. Ze onderhouden de nauwste relaties tot het werkwoord, en als gevolg daarvan zie je vaak nieuwe woorden ontstaan als combinaties van werkwoorden met hun complement (een van de nieuwste woorden in deze soort is boekenspeler).



Bovendien moet je bij het leren van een taal in de eerste plaats leren welke werkwoorden met welke (en hoeveel) voorwerpen moeten (of mogen) worden aangevuld. Dat het geloven in iets en rekenen op iets is, moet je gewoon uit je hoofd kennen als je Nederlands als tweede taal leert. Gelukkig weet je die dingen als moedertaalspreker feilloos.



donderdag 16 februari 2006

Vragen 17

Op deze pagina kun je je vragen stellen. Voeg je vraag onderaan toe
als reactie, en de taalprof zal hem zo snel mogelijk beantwoorden.



Heb je hier ooit een vraag gesteld en kun je hem niet meer vinden? Kijk dan in het Overzicht naar gearchiveerde vragen en reacties (helemaal naar beneden bladeren!).



Je kunt nu ook in het nieuwe auteursregister je eigen naam opzoeken!



woensdag 15 februari 2006

Vragen 16

Op deze pagina kun je je vragen stellen. Voeg je vraag onderaan toe
als reactie, en de taalprof zal hem zo snel mogelijk beantwoorden.



Heb je hier ooit een vraag gesteld en kun je hem niet meer vinden? Kijk dan in het Overzicht naar gearchiveerde vragen en reacties (helemaal naar beneden bladeren!).



Je kunt nu ook in het nieuwe auteursregister je eigen naam opzoeken!



dinsdag 14 februari 2006

Vragen 15

Op deze pagina kun je je vragen stellen. Voeg je vraag onderaan toe
als reactie, en de taalprof zal hem zo snel mogelijk beantwoorden.



Heb je hier ooit een vraag gesteld en kun je hem niet meer vinden? Kijk dan in het Overzicht naar gearchiveerde vragen en reacties (helemaal naar beneden bladeren!).



Je kunt nu ook in het nieuwe auteursregister je eigen naam opzoeken!



Hou vol!



Ik had net een stukje over een leuke case geschreven, struikel ik meteen over een mooi voorbeeld. Zul je altijd zien.



Ik wil mijn weblog promoten en kijk op het forum. Daar staan een aantal raadgevingen, waarvan de laatste is:

- Schrijf gewoon een leuk, boeiend, sexy, interessant log en houdt vol

Zo is het, ik zal dat niet bestrijden (en ik moet nog maar zien dat ik het volhoud). Maar houdt vol is fout. Dat moet zijn houd vol of hou vol. Waarom? Omdat een imperatief tweede persoon enkelvoud is (volg deze link voor uitleg), en omdat jij ontbreekt achter de persoonsvorm. Dan blijft de -t altijd weg.



Nou zul je zeggen: maar je hebt het toch tegen meer dan één persoon, dus is het meervoud? Ja dat zou je zeggen, maar blijkbaar werkt de taal niet zo. Kijk maar eens naar andere werkwoorden zoals doen. Wat moet het zijn: doe lekker mee of doet lekker mee? Ik geloof niet dat iemand kan volhouden dat het laatste natuurlijk klinkt.



Bij zo'n werkwoord als doen hoor je duidelijk hoe het zit met die -t, bij houden is dat onmogelijk omdat dat zelf een -d heeft die aan het eind van een woord klinkt als een -t. Maar als je snapt hoe het zit met die gebiedende wijs begrijp je ook dat er geen enkele reden is om daar nog eens een extra -t achter te plakken.



Bittere noodzaak



In mijn uitleg over de persoonsvorm had ik het erover dat die altijd gemarkeerd was, of kon worden, voor tijd, getal en persoon. Een schijnbare uitzondering op deze regel lijkt de zogeheten imperatief, de gebiedende wijs, in een zin als Kom hier! of Lach niet!. De werkwoorden hierin worden traditioneel beschouwd als persoonsvormen, maar je kunt er geen verleden tijd van maken, en ze lijken ook geen getal- of persoonsmarkering te hebben. Uitzondering dan maar? Bittere noodzaak? Zoals alle echte regels heeft deze echter ook geen uitzonderingen. De imperatief is wel degelijk een echte persoonsvorm. Je moet alleen twee keer kijken om het te zien.



Alle imperatieven kun je namelijk een beetje "verzachten", door toevoeging van zogeheten modaalpartikels: maar, eens, even. Kijk maar: Kom eens even hier!, Lach maar niet!. Maar als je dat doet, kun je er ook het woordje jij bijzetten: Kom jij eens even hier!, Lach jij maar niet!.



Maar nu is de zin ineens niet zo bijzonder meer. Het is duidelijk dat de werkwoorden de tweede persoon enkelvoud aangeven. En je kunt ze ook gewoon in de verleden tijd zetten: Kwam jij eens even hier, dan zouden we veel plezier kunnen beleven, Lachte jij maar niet, dan was zij niet zo boos geworden. Niets bijzonders dus.



Nou zul je zeggen: ja maar misschien kan ik er ook wel iets anders dan jij bijzetten. Het feit dat je dat kunt bewijst niets. In dat geval is er nog een ander bewijs dat de gebiedende wijs een tweede persoon is. Kijk naar werkwoorden die altijd zich bij zich hebben: zich vergissen, zich schamen. In de imperatief krijg je dan: vergis je niet en schaam je!. Dat woordje zich richt zich altijd naar het onderwerp van de zin. Bij ik krijg je me of mezelf, bij jij krijg je je of jezelf. Bij imperatieven, ondanks het feit dat er geen onderwerp bij staat, krijg je altijd je. Dus de imperatief is tweede persoon, dus het is een persoonsvorm.



O ja: als deze kwestie al eens uitgelegd wordt in een schoolgrammatica, dan staat het bovenstaande er nooit bij. Wel wordt er meestal op gewezen dat je ook een meervoudige imperatief kunt hebben: komt allen!, en Hoort mij aan! Deze vormen zijn echter zo versleten dat ze alleen nog in een paar gevallen voorkomen. Daarmee versterk je alleen maar de indruk dat grammatica nergens over gaat. Maar grammatica gaat wél ergens over. Namelijk over je eigen taalgevoel. Dat een imperatief in plaats van zich je krijgt, kan iedereen zelf aanvoelen. Daar zijn geen lessen voor nodig.



Er bestaat maar één koppelwerkwoord



"Een naamwoordelijk gezegde is altijd voorzien van een koppelwerkwoord. Er zijn er negen, die je allemaal uit je hoofd moet kennen." Dit is zo ongeveer de "uitleg" die er in de meeste grammaticaboekjes staat. En eigenlijk is het onzin.



Ik zal niet zeggen dat je beter niets van buiten kunt leren. Ons hoofd zit vol met nutteloze kennis, daar kan zo'n rijtje koppelwerkwoorden best bij. Maar als je een werkwoord alleen maar een koppelwerkwoord noemt omdat het in een rijtje staat mis je een belangrijk feit uit de grammatica. En je snapt niet waarom een koppelwerkwoord een koppelwerkwoord is.



In een zin met een naamwoordelijk gezegde wordt uitgedrukt dat iets het geval is. Dit in tegenstelling tot een zin met een werkwoordelijk gezegde, waar iets gebeurt of iemand iets doet. Waar werkwoordelijke gezegdes in feite een vorm van doen zijn, zijn naamwoordelijke gezegdes een vorm van zijn.

Hieruit volgt dat het werkwoord in een naamwoordelijk gezegde eigenlijk altijd zijn is.



Wat moet dat dan met al die andere koppelwerkwoorden? Het antwoord is: alle koppelwerkwoorden zijn eigenlijk varianten op het woord zijn.

Neem worden en blijven. Naast Het is droog kun je zeggen Het wordt droog en Het blijft droog. Gebruik je worden, dan geef je aan dat de droogte begint, met blijven druk je uit dat de periode van droogte gedurende langere tijd aanhoudt.



In feite zijn dat twee kanten van dezelfde medaille. Want als het droog wordt blijft het niet nat, en als het droog blijft wordt het niet nat (waarbij nat eigenlijk betekent: "niet droog").



Waarom kunnen juist deze twee betekenissen aan zijn worden toegevoegd? Ze hebben allebei te maken met de overgang van de ene toestand in de andere. Het werkwoord worden zegt iets over de overgang tussen niet en wel (niet-droog naar droog), en blijven zoomt in op de overgang tussen wel en niet (droog naar niet-droog). Droog worden zegt dat de overgang tussen niet-droog en droog eraan komt, en droog blijven zegt dat de overgang tussen droog en niet-droog juist niet aanstaande is. Het is een wonderlijke samenhang, maar hij zit precies zo in de taal opgesloten.



Als je dit snapt, begrijp je ook dat er meerdere werkwoorden als koppelwerkwoord kunnen dienen. Zo heb je ook raken dat heel goed in plaats van worden kan worden gebruikt. En eigenlijk is gaan in de uitdrukking dood gaan ook een koppelwerkwoord!



Maar hoe zit het dan met die andere zes? Nou ja, eigenlijk zijn dat helemaal geen koppelwerkwoorden. Het zijn modale hulpwerkwoorden. Neem lijken, blijken, schijnen. Die kun je bij andere werkwoorden toevoegen om een modaliteit uit te drukken. Je geeft ermee aan hoe jouw inschatting (of die van iemand anders) is ten aanzien van de gebeurtenis of toestand.



Zeg je bijvoorbeeld Het lijkt te regenen, dan betekent dat, dat het volgens jouw inschatting (of die van anderen) regent, maar dat het waarschijnlijk toch niet zo is. Bij blijken was het ieders inschatting dat het niet regende, maar het regent toch, en met schijnen druk je uit dat het niet jouw inschatting is maar voornamelijk die van anderen.



Gebruik je lijken, blijken, schijnen bij het koppelwerkwoord zijn, dan blijft zijn meestal weg: in plaats van Het lijkt droog te zijn zeg je meestal Het lijkt droog. Wil je volhouden dat een naamwoordelijk gezegde altijd een koppelwerkwoord heeft, dan moet je aannemen dat het hulpwerkwoord lijkt nu die functie heeft overgenomen.



En heten, dunken en voorkomen? Waarom zijn dat koppelwerkwoorden? Wel, allereerst komen die haast nooit meer voor. Tenminste niet als koppelwerkwoord. Dat zijn ze namelijk alleen in hun modale gebruik (hij heet geschikt (te zijn), hij dunkt mij geschikt (te zijn), en hij komt mij geschikt voor). In al deze gevallen geldt dezelfde uitleg als voor lijken, blijken, schijnen. Het zijn eigenlijk modale hulpwerkwoorden. Als je het koppelwerkwoord zijn weglaat, neemt het hulpwerkwoord die functie over. Althans, zo hoor je het te benoemen. Waarom? Omdat je daarmee laat zien dat je begrepen hebt dat de hele zin naamwoordelijk is.



Er bestaat dus eigenlijk maar één koppelwerkwoord: zijn. Alle werkwoorden die een of andere vorm van zijn uitdrukken ("zijn" plus een of ander betekenisaspect), zou je om die reden als koppelwerkwoord moeten benoemen. Dat er daarvan zes (worden, raken, blijven, lijken, blijken, schijnen) gebruikelijk zijn, zou je best van buiten kunnen leren. Maar het hoeft niet.



maandag 13 februari 2006

Moet dat nou?




Een van de minst begrepen betekenisaspecten van de Nederlandse taal is het modale betekenisaspect. Het zorgt voor allerlei misverstanden, zoals mensen die zich ergeren als iemand zegt U mag daar even plaatsnemen, en meer van die onzin. Toch is de modale betekenis in een paar woorden uitgelegd.


Het Nederlands zit vol met elementen die modale betekenis aan een zin of woordgroep geven. Meestal zijn het hulpwerkwoorden, zoals moeten, kunnen, mogen, willen, zullen (en laten, maar die niet altijd), of lijken, blijken, schijnen (en nog een paar andere)


Wat is dat dan, een modale betekenis?

Modaliteit geeft aan hoe iemand over de wereld denkt. Meer precies, hoe de zin die je uitspreekt zich verhoudt tot de wereld. Vind je dat wat je zegt een noodzakelijkheid is? Dan gebruik je moeten. Vind je iets alleen maar mogelijk? Dan gebruik je kunnen. Wil je een waarschijnlijkheid daartussenin aangeven? Dan gebruik je schijnen, eventueel met kleine woordjes om die waarschijnlijkheid te preciseren.


Die modaliteit kun je vrij precies afzwakken of versterken. Het kan heel goed regenen is een grotere waarschijnlijkheid dan Het kan wel eens regenen. En Het moet echt regenen is sterker dan  Het moet nou toch onderhand wel eens regenen.

Die modaliteit kan verder nog afhankelijk gemaakt worden van wat iemand wil. In dat geval wordt moeten een verplichting (=noodzakelijk volgens iemand) en kunnen een toestemming. Dat heet dan, met een officiële term deontische modaliteit (in tegenstelling tot de meer objectieve epistemische modaliteit).


Waar epistemische modaliteit zich beweegt van noodzakelijkheid via waarschijnlijkheid tot mogelijkheid, gaat deontische modaliteit van verplichting via wenselijkheid naar toestemming.


Het opmerkelijke van al die modale werkwoorden, is dat ze afhankelijk van de context een beetje in elkaars vaarwater terecht kunnen komen. Zo is moeten noodzakelijkheid of verplichting, maar dat kan makkelijk afgezwakt worden tot (grote) waarschijnlijkheid of wenselijkheid. En kunnen is mogelijkheid of toestemming, maar dat kan best versterkt worden. En mogen is meestal toestemming, maar als je toestemming wat versterkt krijg je wenselijkheid. Willen is wenselijkheid, maar kan ook epistemisch (als waarschijnlijkheid) gebruikt worden: het wil maar niet regenen.


In extreme gevallen kun je zelfs bijna alle modale werkwoorden gebruiken, zonder erg veel betekenisverschil. Kijk maar naar het volgende voorbeeld:


- Zal ik even het raam voor je dichtdoen?
- Moet ik even het raam voor je dichtdoen?
- Wil ik even het raam voor je dichtdoen?
- Kan ik even het raam voor je dichtdoen?
- Mag ik even het raam voor je dichtdoen?


De verschillen zitten een beetje in de afstand die je met je keuze tot de aangesprokene uitdrukt: wie staat er hoger in de rangorde, hoe beleefd ben je?

De volgende keer als dus iemand tegen je zegt U mag hier even plaatsnemen, word dan niet boos, en bedenk dat hier een modaal werkwoord wordt gebruikt om wenselijkheid uit te drukken. En wenselijkheid is echt niet hetzelfde als toestemming.

Grammatica, wat is dat eigenlijk?



In de drie dagen dat deze weblog bestaat hebben nog maar een paar mensen reacties gegeven, maar ze gaan bijna allemaal een kant op die ik eigenlijk nooit heb gewild: het Nederlands is een moeilijke taal, en veel mensen maken fouten tegen de grammaticale regels.



Ik heb daar twee dingen op tegen: het klopt niet, of althans niet helemaal, en het leidt de aandacht af van wat er leuk is aan grammatica. Maar misschien had ik wel eerst moeten uitleggen wat ik onder grammatica versta.



Als je nadenkt over taal, moet je uiteindelijk tot de conclusie komen dat er maar één realiteit bestaat. Er is maar één ding dat werkelijk bestaat, en dat is het vermogen dat ieder individu in zijn of haar brein heeft.



Iedereen heeft een moedertaal geleerd, en die kennis zit op de een of andere manier in je hersenstructuur versleuteld. Dat vermogen is echt. Als het beschadigt (bijvoorbeeld bij een hersenbloeding) is het weg, of merkbaar aangetast. Het kan terugkomen, andere hersengebieden kunnen functies over nemen, maar het zit ergens in een fysieke vorm opgeslagen.



Het systeem dat in je hoofd zit kun je een grammaticaal systeem noemen. De Amerikaanse taalkundige Noam Chomsky spreekt in dit verband over de competence. Het taalvermogen dat je in staat stelt om in beginsel perfect je taal te begrijpen en te produceren. Dat lukt trouwens nooit helemaal: de verwerking van taal wordt bemoeilijkt doordat je hersenen ook altijd iets anders doen dat in de weg kan zitten. Je kunt afgeleid zijn, ongeconcentreerd, gehinderd door allerlei associaties, enzovoorts. De uiteindelijke producten van je interne grammatica (Chomsky noemt dit de performance) kunnen daardoor "fouten" bevatten: je kunt je vergissen.



Wat in dit verband belangrijk is, is dat je je ook kunt realiseren dat je je vergist hebt. Als iemand je op een foutje wijst, kun je zeggen "Ja inderdaad, dat wist ik wel, maar ik zag het over het hoofd".



In een taalgemeenschap zullen de meeste individuen ongeveer hetzelfde grammaticale systeem in hun hoofd ontwikkelen. Die "grootste gemene deler" kun je ook een grammaticaal systeem noemen. Dat is het systeem dat de Franse taalkundige De Saussure ooit heeft omschreven met de term langue. Waar de competence van Chomsky individueel is, is de langue van De Saussure collectief. Tegelijk kun je daarbij constateren dat ook die taal die door de gemeenschap geproduceerd is, niet helemaal beantwoordt aan dit perfecte systeem. Sommige taaluitingen komen maar weinig voor, of zijn duidelijke vergissingen. Dit bracht De Saussure ertoe om naast de (in beginsel perfecte) langue ook de zogeheten parole te onderscheiden, de daadwerkelijke taaluitingen van een gemeenschap, waarvan er dus sommige buiten de taal zelf vallen.



Die langue van De Saussure, in hoeverre bestaat die nou echt? Dat is wel problematisch. Je kunt het zien als een soort statistische "grootste gemene deler", maar buiten de individuen bestaat er natuurlijk niet echt iets. De taal is geen levend organisme dat boven de gemeenschap uitstijgt, of dat buiten de taalgemeenschap kan doorbestaan. Een dode taal ís geen taal meer.

Maar dat maakt de grammatica van de langue ook een beetje vreemd. Want die bestaat dan ook niet. Dat is dan ook alleen maar een illusie die gecreëerd wordt doordat er een stelletje individuen vindt dat ze samen een taalgemeenschap vormen.



Alsof dit nog allemaal niet erg genoeg is, ontstaat er meestal binnen een taalgemeenschap ook nog eens een stelsel van taalnormen: regels die mensen samen afspreken, of die van bovenaf opgelegd worden, en waar iedereen zich aan zou moeten houden. Ook dat heet verwarrend genoeg grammatica. Tegen die grammatica kun je inderdaad fouten maken, maar de status ervan is onduidelijk. Want wie zou mogen bepalen of de regels van die normengrammatica wel kloppen? De taalkundigen? Maar die houden zich met dit type grammatica helemaal niet bezig. Die kijken voornamelijk naar de eerste soort, de grammatica die zich in het hoofd van individuen bevindt. Die willen verklaren, en niet voorschrijven.



Dat zijn maar liefst drie opvattingen van het begrip "grammatica". Waardoor ontstaat deze schimmige toestand? Ik denk dat het zo zit: als je een taal leert (laten we zeggen, als kleuter tussen je derde en zesde jaar) heb je een antenne voor alles wat je om je heen hoort. Wat je daarbij met name opmerkt is of er iets verschilt van wat jij in je hoofd hebt. Jij hebt een bepaald grammaticaal systeem in je hoofd, en zodra je iets hoort wat daarmee niet in overeenstemming is, denk je: "Hee, wat is dat? Moet ik mijn systeem aanpassen of is dit een toevalligheidje?"



In het begin zul je vaker je eigen grammatica aanpassen, maar naarmate de tijd vordert raak je steeds zekerder van je zaak.

In feite staat deze strategie gelijk aan de gedachte dat iedereen om je heen perfect Nederlands spreekt. Onbewust verkeer je voortdurend in de waan dat de perfecte taal ergens in je omgeving bestaat, en dat jij je daaraan aan moet passen. Maar die perfecte taal is een illusie. Niemand spreekt de perfecte taal (of iedereen spreekt zijn eigen perfecte taal, het is maar hoe je het bekijkt), en die perfecte taal bestaat ook eenvoudigweg niet.



Op latere leeftijd leidt die illusie (die bij het leren van je moedertaal heel functioneel is) tot de gedachte dat iedereen om je heen fouten maakt tegen "de grammatica". Die grammatica is dan de grammatica van wat De Saussure de langue noemt. Vervolgens begint iedereen dat te rationaliseren tot vereenvoudigde regeltjes (de normen), die bijna nooit kloppen en daarom de illusie versterken dat er flink fouten tegen gemaakt worden. Ten slotte ontstaat bij iedereen de indruk dat het bergafwaarts gaat met de taal. In feite is het waarschijnlijk nooit beter (of slechter) geweest.



Ik moet hier veiligheidshalve natuurlijk wel bij opmerken dat er voor allerlei geformaliseerde taaluitingen een veelheid van gedragsregels is ontstaan, waarvan we hebben afgesproken dat iedereen zich daaraan houdt. Spelling is zo'n systeem van gedragsregels, en zo bestaan er ook allerlei stijladviezen of -voorschriften. Met grammatica heeft dat allemaal weinig te maken. Hooguit zijn veel van die gedragsregels weer geformuleerd in grammaticale termen.



Vragen 14


Op deze pagina kun je je vragen stellen. Voeg je vraag onderaan toe
als reactie, en de taalprof zal hem zo snel mogelijk beantwoorden.



Heb je hier ooit een vraag gesteld en kun je hem niet meer vinden? Kijk dan in het Overzicht naar gearchiveerde vragen en reacties (helemaal naar beneden bladeren!).



Je kunt nu ook in het nieuwe auteursregister je eigen naam opzoeken!




zondag 12 februari 2006

Vragen 13

Op deze pagina kun je je vragen stellen. Voeg je vraag onderaan toe
als reactie, en de taalprof zal hem zo snel mogelijk beantwoorden.



Heb je hier ooit een vraag gesteld en kun je hem niet meer vinden? Kijk dan in het Overzicht naar gearchiveerde vragen en reacties (helemaal naar beneden bladeren!).



Je kunt nu ook in het nieuwe auteursregister je eigen naam opzoeken!



Giep



Bij de log Wat is een naamwoordelijk gezegde staat een reactie in de vorm van een rijmpje over onregelmatigheden in de Nederlandse woordvorming. Dat gedicht is oorspronkelijk gebaseerd op een van de Ruizerijmen van de bekende Charivarius uit 1922, maar later verschillende keren aangevuld. Het is namelijk erg makkelijk om dit soort voorbeelden te vinden. Hoewel Charivarius het vast ironisch bedoelde (ik kan me niet voorstellen dat hij voortaan inderdaad eien als meervoud van ei zou willen hebben), wordt dit gedicht, of een van zijn bewerkingen, vaak gebruikt door mensen die daar uiterst serieus over lijken te zijn.



Veel mensen schijnen te denken dat het Nederlands inderdaad maar een rommeltje is met al zijn onregelmatigheden. Vaak wordt dit ook nog eens in verband gebracht met spellingveranderingen, en grote zorg over de verloedering van de taal in het algemeen.



Wat moet je hier nu over zeggen? Hangt het Nederlands inderdaad aan elkaar van onregelmatigheden? Deugt er dan werkelijk niets van? Dat is natuurlijk grote onzin. De meeste voorbeelden uit het gedichtje betreffen woordvormingen die in oudere fasen van de taal hebben plaatsgevonden, en die als een soort cultureel erfgoed zijn bewaard.



Die onregelmatige verleden tijden van de sterke werkwoorden zijn rechtstreeks afkomstig van de indogermaanse voorganger van het Nederlands waar de werkwoorden werden vervoegd met klankveranderingen (de zogeheten ablautsrijen). Voor de meeste werkwoorden had je een aparte klank voor de tegenwoordige tijd (bijvoorbeeld nemen), de verleden tijd enkelvoud (nam), verleden tijd meervoud (namen) en voltooid deelwoord (genomen).



Je had vijf ablautsrijen. Waarom? Tja, dat weet niemand, maar het lag in ieder geval niet aan de spellingcommissie, want van het indogermaans bestaan geen geschreven bronnen. Ook woordvorming verandert in de loop der jaren. Maar woorden die driehonderd jaar geleden gevormd zijn, dragen nog de sporen van de regels die je vroeger had. Is dat moeilijk? Tja, het is kennis die je niet meer in een hedendaagse regel kunt vangen. En het is ook niet voorspelbaar welke woorden wel sporen dragen van oudere taalfasen en welke niet. En dan verandert het ook nog eens. Er zijn maar weinig mensen meer die kloeg als verleden taal van klagen gebruiken. Is dat erg? Tja, misschien wel, maar ook hier valt weinig aan te doen. Het is de taalgemeenschap die beslist (ook hier zeggen taalkundigen en spellingcommissies maar weinig over).



Zou er werkelijk iemand zijn die dat allemaal liever regelmatig wil? Dat we het voortaan hebben over slapen, slaapte, geslaapt? En slot, slotten? Ik zou voorspellen dat daar binnen de kortste keren door de taalgemeenschap toch weer variatie in wordt aangebracht.



Het goede nieuws is dat wij mensen eigenlijk geen moeite hebben met al die onregelmatigheden. Zeker als kind beschikken we over een onnavolgbare vaardigheid in het oppikken en onthouden van allerlei woorden met de gekste eigenschappen. Er zijn geen aanwijzingen dat onregelmatige woorden gemakkelijker te onthouden zijn dan regelmatige. Sterker nog: er zijn aanwijzingen dat we zelfs van regelmatige woorden domweg alle vormen apart opslaan in onze hersenen.



Is het Nederlands bijzonder moeilijk in dit opzicht? Helemaal niet. Alle talen met een geschiedenis dragen daar de sporen van. En die zijn allemaal onregelmatig. Als ik me niet vergis bestaat het rijmpje van Charivarius ook voor het Engels. Daar heet het Why English is so hard. Auteur onbekend.



Hoezo Persoonsvorm?



In hoeveel soorten je woorden moet verdelen weet niemand, maar een ding is zeker: in alle talen heb je werkwoorden en naamwoorden. De meeste mensen leggen die woordsoorten zo uit: met werkwoorden beschrijf je gebeurtenissen (wat je doet bijvoorbeeld), en met naamwoorden beschrijf je dingen (personen) en eigenschappen.

Toch zit het grammaticaal gezien anders. In ieder geval in talen als het Nederlands.



Werkwoorden en naamwoorden kunnen markeringen krijgen voor getal en persoon, maar alleen werkwoorden kunnen voor tijd gemarkeerd worden. Een woord als ontploffen kan een vormvariant ontplofte krijgen. Bij een woord als explosie (dat ruwweg dezelfde gebeurtenis beschrijft) kan dat niet. Daarom is ontploffen een werkwoord en explosie niet.



Nou hóéft een werkwoord die markeringen niet te krijgen, maar het kan wel. In een zin als ik ga slapen zijn ga en slapen allebei werkwoorden, maar markeringen voor tijd, getal en persoon kunnen alleen op ga zitten. Zo'n speciale woordsoort (werkwoord) op die speciale plaats (waar markering mogelijk is) noem je een persoonsvorm.



Wat voor markeringen zijn dat, tijd, getal en persoon? Wat dat betreft heeft het Nederlands een sterk vereenvoudigd systeem. Voor tijd bestaat er eigenlijk maar één markering: verleden tijd. Een werkwoord als slaap kan sliep worden en werk kan werkte worden. Alle andere tijden moet je in het Nederlands uitdrukken met hulpwoordjes (hulpwerkwoorden zoals zijn of hebben).



Een vorm als geslapen of gewerkt is geen persoonsvorm, want hij zegt niets over de tijd. Hoezo niet? Dat zit zo:

Kijk eens naar een tijdsbepaling als zondag. Die kan op twee dagen slaan: "vorige zondag" of "volgende zondag". Met andere woorden: een zondag in het verleden of een zondag in de toekomst. Als je zegt ik belde je zondag op, dan kun je zondag nog maar op één manier opvatten (verleden). Zeg je ik bel je zondag op, dan gaat het om een zondag in de toekomst, of alle zondagen, in ieder geval niet alleen een zondag in het verleden. En hoe zit het met ik heb je zondag opgebeld? Nu kun je zondag nog op twee manieren opvatten: ofwel je hebt afgelopen zondag gebeld, ofwel je zult dat aanstaande zondag gedaan hebben. Daarom zegt geslapen niets over tijd en is het geen persoonsvorm.



En hoe zit het met die persoon- en getalsmarkeringen? Ook daarin is het Nederlands zeer eenvoudig: je kunt werkwoorden markeren als meervoud (of niet), en alleen als je dat niet doet (dus in het enkelvoud) kun je werkwoorden markeren voor een andere persoon dan jezelf. Van werk kun je werken maken (meervoud), óf werkt. In het laatste geval zeg je dat je niet zelf werkt, maar dat iemand anders (degene die je aanspreekt of iemand anders) het doet.



Er zijn een paar werkwoorden met een ander systeem (kunnen, mogen, willen, moeten, zullen). Die markeren alleen de tweede persoon (kunt, zult), of missen alle persoonsmarkering. En er is één werkwoord met drie verschillende vormen in het enkelvoud: het werkwoord zijn (ben, bent, is). Dat is geen systeem in de taal, maar een overblijfsel van oudere systemen. Waarom? Omdat die werkwoorden ontzettend vaak voorkomen en dus heel erg goed bestand zijn tegen taalverandering.



zaterdag 11 februari 2006

Vragen 12

Op deze pagina kun je je vragen stellen. Voeg je vraag onderaan toe
als reactie, en de taalprof zal hem zo snel mogelijk beantwoorden.



Heb je hier ooit een vraag gesteld en kun je hem niet meer vinden? Kijk dan in het Overzicht naar gearchiveerde vragen en reacties (helemaal naar beneden bladeren!).



Je kunt nu ook in het nieuwe auteursregister je eigen naam opzoeken!



vrijdag 10 februari 2006

Vragen 11

Op deze pagina kun je je vragen stellen. Voeg je vraag onderaan toe
als reactie, en de taalprof zal hem zo snel mogelijk beantwoorden.



Heb je hier ooit een vraag gesteld en kun je hem niet meer vinden? Kijk dan in het Overzicht naar gearchiveerde vragen en reacties (helemaal naar beneden bladeren!).



Je kunt nu ook in het nieuwe auteursregister je eigen naam opzoeken!



Overzicht

Deze links leiden naar alle logs die op deze weblog staan. Je kunt ook op de Tag Cloud in de linkerkolom klikken.


Nieuw: alle logs op datum
Klik hier voor een overzicht van alle logs op deze site, gesorteerd op datum.


 


Oude vragen en reacties




     




Wat is er mis met een ezelsbruggetje?



De schoolgrammatica's zijn vergeven van de ezelsbruggetjes. Van 't kofschip tot de wie/wat-proef, de gekste trucjes worden uit de kast gehaald om het juiste antwoord op een spellings- of ontleedvraag te vinden. Prima toch? Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan?



Nou sorry, maar daar heb ik een andere mening over. Als het er alleen maar gaat om een voldoende te halen voor een test of proefwerk kun je net zo goed frauderen, dat is niet eens zoveel gevaarlijker en een stuk zekerder. Naast een grammaticafreak gaan zitten en afkijken, dat lijkt me dan het beste.



Maar even serieus: het gaat bij het vak grammatica natuurlijk helemaal niet om de goede antwoorden. Daar gaat het bij andere vakken ook niet om. Het gaat erom dat je begrijpt hoe het zit. Dat je daarmee vragen kunt beantwoorden is alleen bedoeld als bewijs dat je het snapt. Nou kun je wel die hele stap van het begrip proberen over te slaan en meteen het goede antwoord te geven, maar wie schiet daar nou iets mee op? Het is net alsof iemand een tenniswedstrijd speelt en ineens denkt: "Hee, als ik dat scorebord nou zo verander dan win ik óók! Daar hoef ik helemaal niet voor te kunnen tennissen! Vet zeg!"



Daarom heb ik iets tegen ezelsbruggetjes. Ze leiden de aandacht af van wat er werkelijk aan de hand is, en ze geven de indruk dat het alleen om de antwoorden gaat. Natuurlijk zijn er wel dingen die je niet anders dan met een ezelsbruggetje kunt onthouden (bijvoorbeeld willekeurige rijtjes), maar als er onderliggende principes zijn kun je beter proberen díe te begrijpen.



donderdag 9 februari 2006

Grappige gezegdes



Wie mijn uitleg over naamwoordelijk en werkwoordelijk gezegde gelezen heeft, vraagt zich misschien af: Zijn er dan geen uitzonderingen? Want iedere regel kent toch uitzonderingen? Nee. Die zijn er niet. Er zijn wel zinnen die altijd voor problemen zorgen, maar daar zijn dan vaak twee lezingen mogelijk.



Een gek geval vormen zijn-zinnen met een plaatsbepaling. Vergelijk Ik ben in de tuin met Ik ben in de war. In de tuin zijn is iets wat je doet (dus werkwoordelijk), maar in de war zijn is niet iets wat je doet. In de war ben je. Je zegt In de war, dat ben ik, maar niet In de tuin, dat ben ik (liever: In de tuin, daar ben ik, en zeker niet In de war, daar ben ik).



De taal (als het goed is: je taalgevoel) rangschikt zijn-zinnen met een plaatsbepaling dus eigenlijk onder de doen-zinnen. Waarom? Omdat zijn daar wel degelijk iets betekent, namelijk "zich bevinden". In aardig zijn betekent dat zijn helemaal niets. In veel talen wordt het dan ook weggelaten.



Soms zijn er twee manieren om ergens tegen aan te kijken. Je zegt Het mist, en dat doet het al de hele dag, maar Het is mistig en dat is het al de hele dag. Blijkbaar kun je het weer werkwoordelijk beschrijven én naamwoordelijk. Waarom is dat nou weer? Nou ja, blijkbaar omdat de taalgebruikers in het verleden die vrijheid wilden hebben. Misschien omdat de weerverschijnselen (donder, bliksem) gezien werden als daden van de hogere machten, weet ik veel. Belangrijker is dat de taal dat onderscheid bewaard heeft.



Wat is een naamwoordelijk gezegde?



Het is verbazend hoeveel mensen willen weten wat een naamwoordelijk gezegde is. Misschien allemaal om de verkeerde reden (bijvoorbeeld in het kader van een schoolvak of een cursus zinsontleding), maar opmerkelijk blijft het. Want wat heb je eraan als je het weet? Toch is het best een interessante kwestie, die raakt aan een centrale eigenschap van alle menselijke talen.



Als je iets zegt, een zin maakt, dan kan die over twee dingen gaan: iets wat er gebeurt (bijvoorbeeld als iemand iets doet), of iets wat het geval is. De Nederlandse taal heeft hier precies twee woorden voor: doen en zijn. Er zijn natuurlijk veel meer woorden om een gebeurtenis of een daad uit te drukken, maar je kunt ze altijd omschrijven met doen of zijn.



Waarom doet de taal dit? Geen idee, maar alle talen doen zoiets. Blijkbaar is het belangrijk als je over de wereld praat om die twee zaken anders te zeggen. Een boek lezen, dat doe je, en aardig, of een goeie gozer dat ben je. Je voelt het bij iedere zin zelf aan, als je hem aanvult: jij bent aardig, en je bent dat al jaren. Niet ...en je doet dat al jaren.



Ook zinnen waarbij op het eerste gezicht niemand iets doet, worden door de taal gerangschikt in één van die twee soorten. De bom ontploft en hij doet dat onverwacht. Het regent en dat doet het al de hele dag. Allemaal doen-zinnen.



Doen-zinnen zijn werkwoordelijk, zijn-zinnen zijn naamwoordelijk. Waarom? Omdat bij doen-zinnen het werkwoord het centrale woord is (lezen, regenen, ontploffen), terwijl bij zijn-zinnen het naamwoord belangrijker is. Bij aardig zijn of een goeie gozer zijn is niet zijn belangrijk, maar aardig of gozer.

(Kijk ook eens hier, voor nog meer uitleg over het naamwoordelijk gezegde!)



Vragen 10

Op deze pagina kun je je vragen stellen. Voeg je vraag onderaan toe
als reactie, en de taalprof zal hem zo snel mogelijk beantwoorden.



Heb je hier ooit een vraag gesteld en kun je hem niet meer vinden? Kijk dan in het Overzicht naar gearchiveerde vragen en reacties (helemaal naar beneden bladeren!).



Je kunt nu ook in het nieuwe auteursregister je eigen naam opzoeken!



woensdag 8 februari 2006

Vragen 9

Op deze pagina kun je je vragen stellen. Voeg je vraag onderaan toe
als reactie, en de taalprof zal hem zo snel mogelijk beantwoorden.



Heb je hier ooit een vraag gesteld en kun je hem niet meer vinden? Kijk dan in het Overzicht naar gearchiveerde vragen en reacties (helemaal naar beneden bladeren!).



Je kunt nu ook in het nieuwe auteursregister je eigen naam opzoeken!



Waarom zou je iets van grammatica willen weten?



Als je mee wilt praten over voetbal, moet je termen als buitenspel en 4-4-3-systeem kunnen gebruiken. Als je mee wilt praten over muziek moet je het verschil tussen hiphop en grunge eigenlijk kennen. Als je mee wilt praten over taal, moet je daar ook de termen voor kennen.



Waarom zou je mee willen praten over taal? Nou ja, iedereen doet het. Iedereen heeft een mening over taal. Over jongerentaal of straattaal, over SMS-taal of taalverloedering. Over invloed van het Engels of nieuwe woorden. En bij alle discussies over taal valt op hoe onbeholpen mensen praten over iets wat ze zo na aan het hart ligt.



Het is net of mensen sterk in voetbal geïnteresseerd zijn, en op de tribune tegen elkaar praten hoe die leuke man met die handschoentjes zijn schoenveters heeft geknoopt. Iedere kenner zal opmerken dat dit een weinig zinvolle conversatie is. Althans, als je denkt iets over voetbal te beweren.



En dan nog eens wat: het is ook nog eens een vreselijk interessant onderwerp! Tussen je derde en je zesde jaar heb je de belangrijkste grammaticale principes van je moedertaal geleerd, en je hebt eigenlijk geen flauw benul hoe die taal in elkaar zit.



dinsdag 7 februari 2006

Overzicht Gesprekken



Overzicht Zinnen



Vragen 8

Op deze pagina kun je je vragen stellen. Voeg je vraag onderaan toe
als reactie, en de taalprof zal hem zo snel mogelijk beantwoorden.



Heb je hier ooit een vraag gesteld en kun je hem niet meer vinden? Kijk dan in het Overzicht naar gearchiveerde vragen en reacties (helemaal naar beneden bladeren!).



Je kunt nu ook in het nieuwe auteursregister je eigen naam opzoeken!



maandag 6 februari 2006

Overzicht Woorden

  1. Voornaamwoordelijk bijwoord? Daar heb ik niks mee! Maar dat zou eigenlijk wel moeten.


  2. De Siamese tweeling. Nóg meer over het betrekkelijk voornaamwoord, nu zelfs met ingesloten antecedent!


  3. Schimmige betrekkingen. De geheimen van het betrekkelijk voornaamwoord ontsluierd.


  4. Onbepaald maakt onbemind. De taalprof neemt het op voor het onbepaald voornaamwoord.


  5. Het vinger-voornaamwoord. Eindelijk het aanwijzend voornaamwoord in je vingers!


  6. Dit is maar een kleinigheid. Ook de mensen die de taalprof niets vragen, krijgen antwoord.


  7. Steeds maar wederkerend Nog een keer over het verschil tussen wederkerig en wederkerend.


  8. Je bent negen jaar Het wederkerend voornaamwoord voor negenjarigen;


  9. Wij zijn schoften (de baas ook) Een grap taalkundig bekeken;


  10. Wat nu weer? Hoe herken je een vragend voornaamwoord?


  11. De dubbele boemerang Wat is het verschil tussen een wederkerend en een wederkerig voornaamwoord?


  12. Het boemerang-voornaamwoord En wat is er zo bijzonder aan het wederkerend voornaamwoord?


  13. Mysterieuze personen Waarom heet het persoonlijk voornaamwoord persoonlijk? En wat is het precies?


  14. De taalprof legt zijn methode uit Dezelfde vragen, maar nu over het bezittelijk voornaamwoord;


  15. Een bijzondere woordsoort Wat maakt een voornaamwoord tot een voornaamwoord? Wat is de overeenkomst tussen al die verschillende soorten?


  16. Het taalkundige fruitvliegje Wat zien taalkundigen toch in dat voornaamwoord?


  17. Kennen dolfijnen zichzelf? Kent dolfijnentaal ook voornaamwoorden?


  18. Er bestaat maar één koppelwerkwoord  Al die negen en nog wat koppelwerkwoorden zijn in feite alleen maar variaties op één woord;


  19. Giep over regelmatige en onregelmatige werkwoorden;



  20. Hoezo Persoonsvorm? waarin eindelijk eens wordt uitgelegd waarom een persoonsvorm eigenlijk een persoonsvorm heet;


Overzicht Leuke Kwestie

Leuke kwesties





Overzicht Algemeen

Achtergrond
   








Vragen 7

Op deze pagina kun je je vragen stellen. Voeg je vraag onderaan toe
als reactie, en de taalprof zal hem zo snel mogelijk beantwoorden.



Heb je hier ooit een vraag gesteld en kun je hem niet meer vinden? Kijk dan in het Overzicht naar gearchiveerde vragen en reacties (helemaal naar beneden bladeren!)



zondag 5 februari 2006

Vragen 6

Op deze pagina kun je je vragen stellen. Voeg je vraag onderaan toe
als reactie, en de taalprof zal hem zo snel mogelijk beantwoorden.



Heb je hier ooit een vraag gesteld en kun je hem niet meer vinden? Kijk dan in het Overzicht naar gearchiveerde vragen en reacties (helemaal naar beneden bladeren!)



zaterdag 4 februari 2006

Vragen 5

Op deze pagina kun je je vragen stellen. Voeg je vraag onderaan toe
als reactie, en de taalprof zal hem zo snel mogelijk beantwoorden.



Heb je hier ooit een vraag gesteld en kun je hem niet meer vinden? Kijk dan in het Overzicht naar gearchiveerde vragen en reacties (helemaal naar beneden bladeren!)



vrijdag 3 februari 2006

Vragen 4

Op deze pagina kun je je vragen stellen. Voeg je vraag onderaan toe als reactie, en de taalprof zal hem zo snel mogelijk beantwoorden.



Heb je hier ooit een vraag gesteld en kun je hem niet meer vinden? Kijk dan in het Overzicht naar gearchiveerde vragen en reacties.



Reageren 1

Deze log is speciaal bedoeld om te kunnen reageren op logs die een foutmelding geven als je erop probeert te reageren.



donderdag 2 februari 2006

Reageren 0

Deze log is speciaal bedoeld om te kunnen reageren op logs die een foutmelding geven als je erop probeert te reageren.



Vragen 3

Stel hier je vraag over grammatica:



woensdag 1 februari 2006

Vragen 2

Stel hier je vraag over grammatica



Alle logs op datum


  1. 08-02-2006: Waarom zou je iets van grammatica willen weten?

  2. 09-02-2006: Wat is een naamwoordelijk gezegde?

  3. 09-02-2006: Grappige gezegdes

  4. 10-02-2006: Hoezo Persoonsvorm?

  5. 10-02-2006: Wat is er mis met een ezelsbruggetje?

  6. 10-02-2006: Bittere noodzaak

  7. 10-02-2006: Hou vol!

  8. 12-02-2006: Giep

  9. 13-02-2006: Grammatica, wat is dat eigenlijk?

  10. 13-02-2006: Moet dat nou?

  11. 17-02-2006: Wat moet dat met al die voorwerpen?

  12. 21-02-2006: Er bestaat maar één koppelwerkwoord

  13. 07-03-2006: Gekke koppelwerkwoorden

  14. 08-03-2006: In de war in de tuin

  15. 09-03-2006: Special effects in de taal: de lijdende vorm

  16. 10-03-2006: Tijden en werkwoorden

  17. 10-03-2006: Begin- en eindtijden

  18. 10-03-2006: Subtieler kan bijna niet

  19. 10-03-2006: Geen toekomst

  20. 11-03-2006: Wie is die Taalprof?

  21. 11-03-2006: Wat de zin bij elkaar houdt.

  22. 14-03-2006: Stappenplan

  23. 16-03-2006: Wat je bent zeg je zelf

  24. 17-03-2006: Wat is een naamwoordelijk gezegde?

  25. 17-03-2006: Hoezo Persoonsvorm?

  26. 17-03-2006: Wat moet dat met al die voorwerpen?

  27. 17-03-2006: Moet dat nou?

  28. 17-03-2006: In de war in de tuin

  29. 17-03-2006: Special effects in de taal: de lijdende vorm

  30. 17-03-2006: Tijden en werkwoorden

  31. 17-03-2006: Begin- en eindtijden

  32. 17-03-2006: Wat de zin bij elkaar houdt

  33. 20-03-2006: Kan het nog duidelijker?

  34. 29-03-2006: Eten uit de vuilnisbak

  35. 30-03-2006: FAQ

  36. 30-03-2006: Ben ik beschadigd?

  37. 31-03-2006: Maden in de zin

  38. 04-04-2006: Tarantino in de taal

  39. 07-04-2006: Niet echt voltooid

  40. 24-04-2006: Wanneer was je voor het laatst verbaasd?

  41. 27-04-2006: Ontleedgevecht in Disco OKEE

  42. 05-05-2006: Lekker zwemmen

  43. 11-05-2006: Kennen dolfijnen zichzelf?

  44. 14-05-2006: Een vreselijk geheim

  45. 22-05-2006: Hollandse Eenheidsworsten-Maatschappij

  46. 31-05-2006: Dit wordt weer vreselijk

  47. 08-06-2006: Lees vooral verder

  48. 14-06-2006: In de docentenkamer

  49. 20-06-2006: Het verraderlijke voorzetselvoorwerp

  50. 20-06-2006: Objection, your honor!

  51. 23-06-2006: Exotische Indianentaal

  52. 24-06-2006: Grammatica, wat heb je eraan?

  53. 30-06-2006: Het taalkundige fruitvliegje

  54. 02-07-2006: Een bijzondere woordsoort

  55. 03-07-2006: Mysterieuze personen

  56. 11-07-2006: De taalprof legt zijn methode uit

  57. 12-07-2006: Voornaamwoorden en bedgeheimen

  58. 17-07-2006: Het boemerang-voornaamwoord

  59. 17-07-2006: De dubbele boemerang

  60. 17-07-2006: Een hele verandering

  61. 18-07-2006: "Taalprof maakt denkfout"

  62. 20-07-2006: Het is gezien

  63. 20-07-2006: Taalprof grijpt net naast brons

  64. 20-07-2006: Wat nu weer?

  65. 21-07-2006: Eeuwige kwesties (1): een aantal

  66. 22-07-2006: Een aantal toevoegingen

  67. 23-07-2006: Nog even voor je gaat

  68. 24-07-2006: Praten in hulpwerkwoorden

  69. 28-07-2006: Wij zijn schoften (de baas ook)

  70. 28-07-2006: Archivering van oude vragen en reacties

  71. 29-07-2006: Misverstand

  72. 29-07-2006: Amsterdamse humor

  73. 31-07-2006: Naaien en nieten

  74. 02-08-2006: Ze bakken er weer niets van

  75. 04-08-2006: Je bent negen jaar

  76. 05-08-2006: Taalprof ontmaskerd?

  77. 05-08-2006: Steeds maar wederkerend

  78. 06-08-2006: "Schuimbekkende frik dist ouwe meuk op"

  79. 07-08-2006: De taalprof corrigeert zichzelf

  80. 07-08-2006: Taalprof laat lezers in de steek?

  81. 23-08-2006: Waar was de Taalprof?

  82. 25-08-2006: Spreken meer dan zilver

  83. 27-08-2006: Weer een aantal fout(en)?

  84. 28-08-2006: Niet buiten buiten roken kunnen

  85. 29-08-2006: Ontleden voorkomt blunderen?

  86. 30-08-2006: Vind het onderwerp

  87. 02-09-2006: Helemaal ernaast

  88. 04-09-2006: Ontleedoefening

  89. 06-09-2006: Dit is maar een kleinigheid

  90. 08-09-2006: Het vinger-voornaamwoord

  91. 09-09-2006: Geprüft

  92. 10-09-2006: Bepaald en onbepaald

  93. 14-09-2006: Onbepaald maakt onbemind?

  94. 18-09-2006: Een specifiek geval

  95. 20-09-2006: Schimmige betrekkingen

  96. 20-09-2006: Prutswerk in de schijnwerpers

  97. 25-09-2006: Met een t

  98. 02-10-2006: Alleen voor Amsterdammers

  99. 09-10-2006: In de docentenkamer (2)

  100. 20-10-2006: De taalprof ontsnapt

  101. 21-10-2006: De Siamese tweeling

  102. 23-10-2006: Voornaamwoordelijk bijwoord? Daar heb ik niks mee!

  103. 23-10-2006: Waarom moeilijk als het makkelijk kan?

  104. 23-10-2006: Taalprof slaat slag

  105. 24-10-2006: Dingen doen met chips

  106. 25-10-2006: Vol is vol

  107. 26-10-2006: De flipperkast van Marco Borsato

  108. 30-10-2006: Strikt genomen

  109. 31-10-2006: Blijven proppen

  110. 01-11-2006: Telefoon!

  111. 06-11-2006: De taalprof in het nauw

  112. 11-11-2006: Sprookjes van Chomsky: de opmaat

  113. 11-11-2006: Sprookjes van Chomsky: een koninklijk huwelijk

  114. 11-11-2006: Eeuwige kwesties (2): Een voorwerp dat niet meewerkt

  115. 11-11-2006: In de herhaling

  116. 11-11-2006: Nieuwsflits

  117. 12-11-2006: Een schaaknovelle

  118. 13-11-2006: Wie is er bang voor de bepaling van gesteldheid? (1)

  119. 13-11-2006: Wie is er bang voor de bepaling van gesteldheid? (2)

  120. 15-11-2006: geselecteerd als gefixeerd bericht

  121. 16-11-2006: Taalprof geeft stemadvies

  122. 18-11-2006: De bepaling van gesteldheid, daar heb je nog eens wat aan!

  123. 29-11-2006: Eeuwige kwesties (1): Onkruid vergaat niet

  124. 30-11-2006: Vals alarm in domstad

  125. 02-12-2006: Taalprof draait zich onder spelfout uit

  126. 02-12-2006: De Taalprof laat van zich horen

  127. 03-12-2006: Zonder make-up, maar met bepaling van gesteldheid

  128. 03-12-2006: Zo hebben wij dat niet geleerd!

  129. 06-12-2006: Pas op voor namaak!

  130. 07-12-2006: Oud en blind

  131. 08-12-2006: Blinde kalkoenen?

  132. 09-12-2006: Eeuwige kwesties (3): Dansen met iets plomps

  133. 11-12-2006: Meesters wil is wet

  134. 12-12-2006: De Taalprof verrast!

  135. 12-12-2006: Aan het discussiëren met docenten

  136. 13-12-2006: Taalprof overspeelt zijn hand?

  137. 14-12-2006: Met de billen bloot: een Taalprof-manifest

  138. 14-12-2006: AKDmi's uh d=xi

  139. 16-12-2006: Op de RTL-redactie

  140. 17-12-2006: Slikken en spugen

  141. 18-12-2006: Rare jongens, die Engelsen

  142. 21-12-2006: Bepalingen van gesteldheid in het dictee

  143. 22-12-2006: Buiten-, binnen of in de kou staan

  144. 26-12-2006: Kerstpuzzel

  145. 28-12-2006: Dolkstoot in de rug

  146. 29-12-2006: Geheime notulen

  147. 02-01-2007: Nog één keer de bepaling van gesteldheid

  148. 07-01-2007: Nieuw: printversie

  149. 10-01-2007: Onbekende fout weerlegd

  150. 11-01-2007: The battle continues...

  151. 14-01-2007: Aan de directeur van de school

  152. 16-01-2007: ...en grammatica


  153. 17-01-2007: Wat betekent het meewerkend voorwerp?