dinsdag 20 juli 2010

Meewerkend of lijdend?



Ik denk dat het allebei kan. In de constructie iemand vragen om iets te doen (zie ook hier en hier) kun je twee ontledingen verdedigen: iemand is meewerkend voorwerp en om iets te doen is lijdend voorwerp, of iemand is lijdend voorwerp en om iets te doen is voorzetselvoorwerp (of oorzakelijk voorwerp.) Ik zie zelfs niet welk van beide ontledingen beter is.

Het is een moeilijk verhaal, maar als ik het niet opschrijf heb ik er zelf last van. Dus hou je vast.

maandag 19 juli 2010

U vraagt, wij draaien


In een discussie is het altijd verleidelijk om een kwestie retorisch op te zetten. Goed kijken, goed nadenken, zwakke punten aanpakken en sterke punten naar voren brengen. Maar eigenlijk moet je een redenering ook nog eens buiten de discussie om onderbouwen. Niet alles zelf beter weten, gewoon dingen opzoeken.

Vanmorgen ging het om de kwestie of Ik word gevraagd mee te gaan naar Amsterdam een foute zin is, omdat Mij wordt gevraagd mee te gaan naar Amsterdam de enig juiste correcte vorm zou zijn. En eigenlijk is dat een heel erg oninteressante vraag. Want goed of fout wordt door zoveel meer factoren bepaald dan de ontleding alleen.

De echt interessante vraag is: wat is de ontleding van Men vraagt mij mee te gaan naar Amsterdam? En in het bijzonder: is mij daar meewerkend voorwerp of lijdend voorwerp? En dat kun je gewoon opzoeken.

Wikipedia wordt wakker



Iets meer dan drie jaar nadat de Taalprof een passage op de Wikipediapagina Veelvuldig gemaakte fouten in het Nederlands bekritiseerde, ontstaat er ineens discussie in het Taalcafé. Een paar dagen geleden probeerde een gebruiker een onterechte "veelvuldig gemaakte fout" te verwijderen, maar dat werd binnen 17 minuten weer ongedaan gemaakt onder de argumentatie wel degelijk verkeerd.

In de discussie op de taalprofsite van drie jaar geleden werd hijzelf ook al eens gevraagd om die Wikipediapagina te verbeteren, maar de taalprof bedankte toen voor de eer. Hij was het met de hele pagina niet eens. Nu, drie jaar later, is dat gevoel alleen maar versterkt.

zondag 18 juli 2010

Alles over het naamwoordelijk gezegde

 — 

Het naamwoordelijk gezegde is hartstikke makkelijk. Vergeet dat gekke rijtje met koppelwerkwoorden, vergeet de term "naamwoord," het verschil tussen werkwoordelijk en naamwoordelijk gezegde is alleen maar het verschil tussen doen en zijn. Werkwoordelijk is wat je doet, en naamwoordelijk is wat je bent. Iets is gemakkelijk (dat is zijn) of iets klopt niet (dat is doen). Meer is het niet.

Let op: dit is géén ezelsbruggetje. Een ezelsbruggetje is een trucje om iets beter te kunnen onthouden. Maar het verschil tussen doen en zijn is écht het verschil tussen werkwoordelijk en naamwoordelijk gezegde.

Waarom moet je nu nog eens goed nadenken? Wel, soms líjkt iets doen, maar ís het eigenlijk zijn. Of andersom. En soms kun je het niet eens goed beslissen.

Het is allereerst belangrijk dat je de gevallen herkent waarbij je nog eens goed moet nadenken. Hierbeneden staan ze allemaal, van makkelijk naar moeilijk:

Ontleden is nog eens goed nadenken

Je hoort wel eens beweren dat ontleden gewoon een kwestie van goed nadenken is. Daar zit wel wat in. Zonder nadenken is ontleden het als een zombie toepassen van ezelsbruggetjes, en daar heb je niet zoveel aan. Met nadenken wordt het een stuk spannender. Maar nog spannender is het, dat alleen maar goed nadenken niet genoeg is. Je moet namelijk altijd nog eens goed nadenken. Soms tot twee keer toe.

Je kunt het goed zien bij iets als het naamwoordelijk gezegde. Dat vind je misschien moeilijk, maar eigenlijk is het heel gemakkelijk. Maar als je snapt dat het gemakkelijk is, en je denkt nog eens goed na, dan wordt het weer lastiger. En als je dan nog beter nadenkt wordt het weer moeilijk.

Je zou zeggen: wat schiet ik daar dan mee op? Ik vond het ook zonder nadenken al moeilijk. Jawel, maar het verschil is dat je zelf in de tussentijd slimmer bent geworden.

Snap je niet wat ik bedoel? Lees dan mijn volgende log: Alles over het naamwoordelijk gezegde

zaterdag 17 juli 2010

Grammaticaloze Vakantiepuzzel #2

In aansluiting op de vorige puzzel de tweede aantekening die de taalprof nog had liggen: de Nederlandse versie van het zogenaamde Silent Alphabet, van John Higgins. Dat is een verzameling van niet uitgesproken letters. Elke letter blijkt in het Engels wel ergens in een woord voor te komen zonder dat de bijbehorende klank uitgesproken wordt. Op die manier kun je argumenteren dat je elk woord in het Engels zwijgend kunt uitspreken. Bijvoorbeeld bad, dan spreek je de b uit als in debt, de a als in bread, en de d als in handkerchief. Zo kun je je mond houden en toch een perfecte uitspraak van het Engels hebben.
De taalprof is er niet helemaal in geslaagd om het "Stomme Alfabet" naar het Nederlands te transponeren, maar hij is een heel eind. En weer: aanvullingen zijn welkom.
  • De A van ex aequo
  • De B van ambtenaar (of breedte, dank aan Rutger)
  • De C van rock (of weckfles, of fascinerend, scenario, dank aan Ludo)
  • De D van handbal
  • De E van typediploma
  • De F van Les Clefs (eigenlijk geen Nederlands, maar dank aan Henk)
  • De G van lorgnet
  • De H van spaghetti (of theater, of hn, dank aan Ludo, thee, dank aan Rutger)
  • De I van notoire (dank aan Rutger), moeilijk (beetje twijfelachtig, maar dank aan Wouter)
  • De J van pyjama
  • De K van knock-out (of markt)
  • De L van amontillado (of taille, fouilleren, Earnewâld, dank aan Henk)
  • De M van lambda
  • De N van menens (column, gezamenlijk, jongens, etc. etc.)
  • De O van oeuvre (dank aan Wouter)
  • De P van prompt
  • De Q van acquit (dank aan Henk)
  • De R van diner
  • De S van herfststorm (twee keer st wordt maar één keer uitgesproken, of bas-reliëf, dank aan Henk, of bosschimmel, dank aan Ludo)
  • De T van filet (of herfststorm, lichtje, etc. etc.)
  • De U van eeuw (of leeuw, etc., of qui-vive, quite, dank aan Ludo)
  • De V van afval (dank aan Greet)
  • De W van erwt
  • De X van roux
  • De Y van rufiyaa (dank aan Rutger)
  • De Z van rendez-vous (graszode, dank aan Ludo)

Grammaticaloze Vakantiepuzzel #1

In een oud computerbestand vond de taalprof twee aantekeningen die hij in de vakantie van 2007 ooit uitgewerkt had. Nooit gepubliceerd, want het ging nu eenmaal niet over grammatica, maar het ging natuurlijk wel over taal. Nu, drie jaar later, valt een klein berichtje over spelling tussen al die duizenden stukjes en discussies over grammatica niet meer zo op.

De eerste aantekening gaat over The World's Least Helpful Phonetic Alphabet, van de Amerikaanse advocaat Jerry V. Haines. Je moet er een beetje voor in een melige stemming zijn, en het heeft een wat flodderig karakter, maar het gaat om de gesproken uitbreidingen die je vaak geeft als je afzonderlijke letters spelt (het spellingalfabet). Iets als de A van Anton, of de B van Bernard. Daar zijn zelfs officiële alfabetten voor, vooral uit domeinen waar goed spellen van levensbelang is (die bestaan ook!).

Haines steekt daar de draak mee, en is op zoek naar de meest verwarrende varianten. Zo zijn er woorden die wel de beginletter hebben van de letter die je spelt, maar die in hun geheel als een andere letter klinken. Als je in het Engels spelt The Y as in You, dan geef je daarmee verwarrende informatie, want you begint wel met een y, maar klinkt zelf als de Engelse u. Hetzelfde met The C as in Cue, of The W as in Why.

Een andere verwarring ontstaat in gevallen als The K as in Knees, waar het woord Knees makkelijk
verward kan worden met Niece (dat spreek je wel niet precies hetzelfde uit, maar het lijkt er verwarrend veel op). Bovendien hoor je in Knees geen K.

Kan dat ook voor het Nederlands? Welja. Verwarring kan in alle talen. Dat is een van die universalia die niet door Evans & Levinson weerlegd zijn. De taalprof doet een oprechte poging om ook de chaos in het Nederlandse spellingalfabet te vergroten. Een bron van verwarring die in het Engelse alfabet ontbreekt is een geval als De T van Thee, waar weinig nieuwe informatie in zit als je het uitspreekt. Want de uitspraak van de letter T is hetzelfde als die van het woord Thee.

Aanvullingen zijn welkom:

  • De A van (de) Aa (of Aesculaap)
  • De B van Beê
  • De C van C-niveau (of van Criticus, of van het Amsterdamse Zee)
  • De D van Dee (ik dee niks)
  • De E van (de) Ee (of Eau de Cologne)
  • De F van Filips
  • De G van Gianni (of Groom)
  • De H van Ha!
  • De I van (het) IJ (of IJs, of Iota)
  • De J van Jeetje
  • De K van Ka (of Knock-out)
  • De L van elpee
  • De M van MS
  • De N van NN
  • De O van Ooh (of oecumene)
  • De P van Pee
  • De Q van Queue (keu)
  • De R van R&D
  • De S van svp
  • De T van Thee
  • De U van U
  • De V van Vee
  • De W van Wrat
  • De X van X-benen (of XTC)
  • De Y van Yippie
  • De Z van Zet (of Zee-niveau, zie C)
  • zondag 11 juli 2010

    Snel lezen gaat vooralsnog slechter dan langzaam


    Opmerkelijk bericht bij het taalnieuws van Onze Taal vandaag: Lezen van papier gaat vooralsnog sneller dan lezen met iPad of Kindle. Dat is al opmerkelijk vanwege dat lezen van en lezen met, maar het gaat me even om de inhoud. Hoe zit dat?

    zaterdag 10 juli 2010

    Hofland krijgt er geen grip op



    In het Cultureel Supplement van de NRC van gisteren trekt de laatst overgebleven grote columnist van de afgelopen halve eeuw, Henk Hofland, weer eens van leer tegen de anglicismen. De usual suspects passeren de revue, om het maar eens te formuleren in een zin zonder zuiver Nederlandse inhoudswoorden. Toch is er één fremdkörper.

    donderdag 8 juli 2010

    Den Hertog glijdt uit in voetnoot

    Voor de beantwoording van een vraag over de oorsprong van de term "oorzakelijk voorwerp" sla ik de spraakkunst van Den Hertog op (ik meende dat die term van hem was). Daar staat hij inderdaad, met een interessante voetnoot. Bij de introductie van lijdend, meewerkend en oorzakelijk voorwerp zet Den Hertog de voetnoot:
    Vertaling van de door Becker gebezigde termen: leidendes, thätiges en einwirkendes of rückwirkendes Object.
    Nou moet ik eerlijk bekennen dat ik Becker niet kende, dus ook dat zoek ik even na. Het blijkt te gaan om een passage uit Organism der Sprache (1841) van de Duitse taalkundige Karl Becker. Daar staat het volgende:
    "[...] die Kasus hingegen stellen die an sich allgemeinen Gegensätze allgemeiner Thätigkeitsverhältnisse dar, in denen Subjekt und Objekt als Thätiges und Leidendes, Einwirkendes und Rückwirkendes, Person und Sache, u.s.f. mit einander stehen."
    Volgens mij zegt Becker hier dat het onderwerp en het voorwerp (subject en object) bepaalde thematische rollen vervullen (thätigkeitsverhältnisse), en op verschillende manieren tegenover elkaar staan: handelend – ondergaand, inwerkend – terugwerkend, persoon – ding, en zo voorts. Dat betekent dat Becker het helemaal niet heeft over een "thätiges Objekt," hij bedoelt hier dat het onderwerp "thätig" is. Het voorwerp is "leidend" of "rückwirkend."

    In latere passages heeft Becker het ook nog over de verschillende "Thätigkeitsverhältnisse" van de verschillende naamvallen (Akkusativ, Dativ en Genitiv), met interessante opmerkingen over het verschil tussen voorwerpen in de datief en voorwerpen in de genitief: ze zijn beide "thätig," maar:
    "sie sind nur different, in so fern bei dem Genitiv das Objekt als Sache, und das Thätigkeitsverhältnis als durch die Einwirkung des Objektes herforgerufene Rückwirkung des Subjektes, bei dem Dativ hingegen das Objekt als Person, und das Thätigkeitsverhältnis als ein gleiches Verhältnis gedacht wird."
    Met andere woorden (je kunt het misschien niet veel mooier maar wel iets helderder voor de hedendaagse lezer zeggen): bij het datiefobject is er sprake van een persoon die op basis van gelijkheid aan de handeling deelneemt (meewerkt, dus), en bij het genitiefobject gaat het om een ding dat als het ware reageert op de handeling van het onderwerp (ik denk dat Becker dat bedoelt).

    Je kunt erover twisten of "oorzakelijk voorwerp" dan zo'n gelukkige vertaling van Den Hertog is, maar in die voetnoot glijdt hij in elk geval uit. Ik weet eigenlijk niet of iemand hem daar ooit op gewezen heeft. 

    Minister censureert woordenboek?

    In een interview met hoogleraren Willy Martin en Willy Smedts in het tijdschrift Over Taal staat een interessante passage over het Prisma handwoordenboek Nederlands. Op een gegeven moment merkt professor Smedts het volgende op:
    "Dat bijvoorbeeld hun ook als onderwerpsvorm wordt gebruikt, is niet weggelaten. Het staat in het woordenboek. Er staat wel bij dat het NN spreektaal is, en daar is in dit geval nog extra aan toegevoegd dat het om een ‘onjuiste vorm’ gaat. Een dergelijk label komt echter zeer weinig voor in het woordenboek."
    Dat is al opmerkelijk, maar de aanvulling van professor Martin is verbijsterend. Hij zegt:
    [lachend; red.] "Het is Plasterk die dat erin gezet heeft."
    Waarschijnlijk een grapje, omdat hij erbij lacht, dat zou kunnen. Maar opmerkelijk blijft het. Het woordenboek wordt in eerste instantie omstandig neergezet als een beschrijvend werk ("Gebruikers die zich [...] aan een striktere norm willen houden [...] kunnen terecht bij onvervalst normatieve uitgaven als Correct taalgebruik"), maar in dit geïsoleerde geval moet die norm er ineens toch bij. Waarom? Ik ben bereid te geloven dat de minister niet eigenhandig heeft zitten knoeien in het betreffende lemma, maar klaarblijkelijk is zijn invloed wel voelbaar geweest bij de woordenboekmakers. Dat zal hem deugd doen.

    woensdag 7 juli 2010

    Voornaamwoorden en inhoud



    De taalprof moet nog wel een beetje wennen aan dat Twitter. Naar aanleiding van een #miniontleedles ontspon zich een kleine discussie tussen de taalprof en twitteraar gaston_dorren, die ogenschijnlijk in een bevredigende conclusie uitmondde. Maar dat is bij nader inzien toch niet helemaal het geval. Wacht, ik citeer hem in zijn geheel, op een blog heb je nou eenmaal plaats zat:

    dinsdag 6 juli 2010

    Bijvoeglijke en bijwoordelijke bepaling: hetzelfde maar dan anders



    Op Twitter vraagt iemand (in de categorie #durftevragen): "Kan iemand mij duidelijk het verschil tussen bijvoeglijke en bijwoordelijke bepaling uitleggen?" Ja dat kan wel. Maar daar heb je niet veel aan als je niet eerst weet wat de overeenkomsten zijn.

    zaterdag 3 juli 2010

    Met Ooijerd en Sneijderd als voetballerds



    De Onzetaaltwitteraars verwijzen naar een lezerscolumn in De Pers, waarin de columniste beschrijft hoe zij het leuk vindt om achter allerlei woorden een -t te zetten. Ze wordt door iemand aangesproken over een brommert, en ze breidt dit uit tot moedert en Holleedert. En het gaat bij een heleboel andere woorden ook, alleen vermeldt ze die jammer genoeg niet.

    Waarom is dit leuk?

    Je komt er nooit van()af



    Dat is schrikken! Een vraag op het taalprof-weblog. Dat is al een tijdje geleden. De taalprof dacht al dat alle vragen beantwoord waren. Maar gelukkig is er nog iemand met een prangend probleem. Het gaat om het volgende:

    Vandaag in de NRC: "“Ze probeerden zelfs jarenlang om er vanaf te komen."
    Moet dit niet zijn: "Ze probeerden zelfs jarenlang om ervan af te komen." ? 'af' hoort toch bij het werkwoord 'komen' ('afkomen') en niet bij het 'van' of maak ik een denkfout?
    Eigenlijk betreft het een spellingvraag, en op dat gebied is de taalprof geen specialist, maar in dit geval kun je het ook zien als een ontleedvraag: hoe zit die zin in elkaar?